Sint-Ceciliafeest Fanfare Windeke

Door corona mag/kan, net als vorig jaar, ook dit jaar het St Cecilafeest niet doorgaan. Daarom, als eerbetoon aan onze (overleden) voorzitters, bestuursleden, dirigenten, muzikanten, majorettes, trommelaars, klaroenblazers en leden, deze kleine tentoonstelling in de etalage van BaStAn (Bazar St Antonius).

Hieronder enkele mijmeringen bij enkele tentoongestelde momentopnames:

Centrale foto

Zoals te lezen in het krantenknipsel onder de centraal geplaatste originele foto uit 1969, viert de fanfare “Voor God en Vlaanderland” als laatste van “De Kleine Zes” haar Ceciliafeest op de 3de zondag van januari. In de jaren 70 was dit ook nog met de laatste acteurs van “Het toneel”. Op de oude vlag staan zowel “Toneel” (1908) en “Muziek” (1920) vermeld.

De Kleine Zes

De Kleine Zes – zes muzieken die, onder welbepaalde voorwaarden, beloofden elkaar te helpen – ontstond in 1963, naar een idee van Dr De Ganck. De zes verenigingen waren: Koninklijke Harmonie “Voor God en Vaderland” Bottelare, Koninklijke Fanfare “Volksopbeuring” Massemen, Koninklijke Fanfare “Sint Cecilia” Oordegem Koninklijke Fanfare “Sint Cecilia” Oosterzele, Koninklijke Fanfare “Voor God en Vlaanderland” Scheldewindeke en Koninklijke Fanfare “Moed en Volharding” Velzeke.

Kostuums

Op 20 januari 1969 pronken, onder het goedkeurend oog van voorzitter Dr De Ganck, de muzikanten in hun eerste kostuum; op maat gemaakt door kleermaker Jacobs.

Het grote uniformvest werd gedragen door dirigent Gerard Stadeus. Tevens muziekmeester van de Windeekse muziekschool.

De zelfgemaakte buisklokken

De fotokader hangt aan een frame voor de “buisklokken”, speciaal gemaakt voor een opgelegd muziekstuk op een provinciaal tornooi. De gechromeerde tafelpoten werden aan de hand van een stemapparaat stelselmatig ingekort tot ze de juiste toon weergaven.

Grosse Caisse van Daniel Poriau

Onder de foto staat de “Grosse Caisse” van Daniel Poriau met “zijn” klopper en schijf. De schijf, gemonteerd op de grote trom, mocht niet ontbreken. Daniel gaf, zowel met de klopper als met de schijven, steeds de juiste cadans aan.

Foto Stationsstraat ten tijde van 1970

De foto links voor de Grosse Caisse toont Café Voetballokaal van Frans Volckaert, Bazar St Antonius en Moden van “Blocks”, opengehouden door Elvira Matthys. Ook de brei- en snoepwinkel van de gezusters De Corte en de Drukkerij “Land van Rhode” van André Houbracken zijn nog te zien.

Aandenkens gemaakt door Gerard Keppens

Het aandenken aan het Festival der Kleine Zes in 1977 werd gemaakt door Gerard Keppens. Ook het keramiek bord is van zijn hand en werd veelal uitgereikt aan een gevierde muzikant. De inwijding van de vlag die hij ontwierp voor het 100-jarig bestaan heeft hij spijtig genoeg niet mogen meemaken.

Cecilia door de jaren heen

Nu 2 jaar op rij het Ceciliafeest niet gevierd wordt, kunnen we ons niet herinneren dat dit feest om een andere reden niet zou hebben plaatsgevonden. Zelfs de strengere winters konden dit feest niet tegenhouden. De spekgladde kasseien of vastvriezende “pistons” konden de muzikale hoogdag van het jaar niet klein krijgen. De “exports en druppels” zorgden voor de nodige stimulans.

Het jaarlijks banket had zo een succes dat de patronage tot het kleinste hoekje gebruikt moest worden om alle deelnemers aan het banket te laten deelnemen. Naast “den theater en het duivekot” werd zelfs het aangrenzende scoutslokaal ingenomen. In “de café” en de kelder onder den theater waren de kokkessen druk in de weer de tomatensoep met balletjes, wortels met boelie, gebraad met groentekrans en petotters klaar te maken. Zoals de taarten van bij de lokale bakkers kwamen, waren alle ingrediënten ook van Windeekse bodem.

In de etalage is ook een verwijzing te zien naar het toentertijd gebruikte servies en bestek. Dit zat in de kasten van het café en bestond uit alle soorten vorken, lepels, messen, borden en tassen met barsten en al eens een stuk eraf. Het stak niet zo nauw met en uit wat je at. Hetgeen op het bord kwam – en al zeker de boelie – was belangrijk.

Op Cecilia werden, na de zondagse hoogmis van 9u30, de herbergen in het dorp bezocht. Na het “Te Velde” en de herdenkingsrede van de voorzitter aan de hoek van de kerk op het kerkhof, begon de race tegen de tijd. In de wervelende jaren 70 waren er immers zo veel cafés dat de muzikanten per halte slechts 10 minuten hadden om een drankje te nuttigen of het toilet te bezoeken. Dit om tijdig (tegen 13 u) in de Patronage aan te komen voor het feestmaal. Alles werd minutieus getimed door de hoofdmajorette die met een fluitsignaal iedereen zijn positie op straat liet innemen om te vertrekken naar de volgende halte.

Oh, juist, ja, vooraleer de misviering op te luisteren, werden de kelen gesmeerd in het lokaal Terminus bij Willy De Jonghe. Daar kregen de muzikanten een omslag met “drinkgeld” maar later werd die vervangen door drankbonnen; uitgedeeld bij het binnengaan van het café.

Met de komst van restaurant Vuenteca werd eind de jaren 70 overgegaan van kokkessen naar een traiteurdienst. Het feestscenario net zoals de locatie van het gebeuren, bleef onveranderd. Toen Chris en Maggie Simoens, achteraan het restaurant, ook een feestzaal bouwden, opende dit de deur om ook vrouwen te laten deelnemen aan het banket. Wel pas nadat de ondertussen vermaarde zaak in de Peperstraat er ook een receptiezaal had bijgekregen. Daar kregen de ietwat luidruchtigere jonge muzikanten vrij spel; enkel het zwijgen opgelegd voor de speeches van de voorzitter en enkele gastsprekers. Begin de jaren 90 kwam daar een afgevaardigde van Fedekam bij om verdienstelijke muzikanten te decoreren. In 1980 – het jubileumjaar – werden alle muzikanten, trommelaars, majorettes en klaroenblazers voor het eerst, door onze latere dirigent Luc De Gelder, gedecoreerd.  

Niemand had gedacht dat, na de verkoop (1992) van het restaurant en de feestzaal, op 17 januari 1993, de fanfare voor het laatst Cecilia vierde in de Vuenteca. Het daaropvolgende jaar diende de vereniging onverwachts een nieuwe locatie te vinden. Na talloze vruchteloze pogingen de uitbaters van de zaal te contacteren, werd een week voor het feest, in allerhaast besloten een andere feestzaal te zoeken.

Gelukkig had “Salons Wellington” in Moortsele nog voldoende plaats om ons voor het feest op onze vaste datum te verwelkomen. Een mooie zaal met een onberispelijke bediening en een heerlijke maaltijd voor een schappelijke prijs. Door de hoge kostprijs van de boelie, was de traditionele menu ondertussen al enkele jaren aangepast. Het muziek van Windeke was wel de laatste verenging die “de boelie” van de menukaart haalde. Daar zat de voorzitter voor iets tussen. Op zijn uitdrukkelijke wens, werd in 1988 op de “maandag van Cecilia” – de (kaart)avond van de muzikanten – nog een laatste keer boelie opgediend.

De maandag na Cecilia was een overgebleven traditie uit de tijd toen alle gerechten in de patronage nog zelf werden klaargemaakt. Terwijl de muzikanten s’ avonds nog de nadorst blusten in de cafés op het dorp, werd de overschot nog eens opgewarmd en werd er nadien gekaart voor het koningschap. Uitzondering op de kaartregel was toen dat de winnaars de verliezers trakteerden. Meestal kwam je met het prijzengeld, geschonken door de voorzitter en de proost (soms onder lichte dwang van de voorzitter), niet toe om de rekening te betalen. Dit kon echter de pret niet bederven; het ging hem natuurlijk om de eer.

Zoals reeds eerder vermeld waren we bij Salons Wellington met ons gat in de boter gevallen. Voor de maandag konden we terecht in café De Salamander. Zo werd het feest, voor velen, een stuk na middernacht afgesloten in Windeke. Verlof nemen op dinsdag was een wijze keuze.

Aan schone liedjes komt ook een eind maar dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe, mooie liedjes kunnen volgen. Na het stopzetten van de Salons Wellington heeft de fanfare, sedert 2016, haar thuis gevonden in het super gezellige “Agathea” in Landskouter. Vriendelijke ontvangst, vlotte bediening en zeer lekker eten tegen een democratische prijs.

Ondertussen was het Ceciliafeest al eens uitgegroeid tot een driedaagse. Na het opluisteren van de misviering op zaterdag was er, onder impuls van Dirigent Dirk Van Belle, in de refter van de jongensschool, voor de gezinsleden van de muzikanten en de medewerkers, een spaghettiavond; gevolgd door een plezante quiz.

Tijdens de laatste edities was er de misviering op zaterdagavond, rondgang op de gemeente en het feestmaal in feestzaal Agathea op zondag en de ‘avond van de muzikanten’ in café Salamander op maandag.

Nu, zoveel jaren later, is er veel veranderd. De cafés zijn zo goed als verdwenen, de majorettes zijn niet langer van de partij, het dorpsbeeld is veranderd, het Ceciliafeest kreeg verschillende locaties, …

MAAAAAAR het samen muziekspelen, het plezier maken, de klapkes aan den toog en de vriendschappen voor ’t leven zijn nog altijd van de partij! Dat er nog lang muziek mag zijn in ieders leven: door het zelf te spelen of door ernaar te luisteren. Het brengt ons allen samen.